Memoires van een binnenvetter
maandag 17 januari 2011
10:46
Memoires van een binnenvetter.
Wanneer ik terug ben gekomen na 100 dagen Oeganda, thuis ben gekomen, een warme douche heb genomen (kan in mijn huis 5 weken niet douchen ivm verbouwingen, uitnodigingen zijn welkom), mijn winterkleren heb aangetrokken en mijzelf weer in het leven van een Nederlander steek- dan komt er een aantal momenten dat ik de ogen zal sluiten.
En wanneer ik (met) mijn ogen dicht (als werkwoord), wat zie ik dan?
Aan de binnenkant van mijn ogen zal zich een film afspelen waarin ik mensen zie lopen, de vaak enige verbindingsweg bezaaid met een stortvloed aan mensen, brommers, matatu’s,







Gefrustreerde momenten genoeg, botsingen over bedragen, uren wachten in busjes op vertrek, kantoren welke bij aankomst niet meer blijken te bestaan of ver weg verhuisd terwijl ik hen twee dagen ervoor nog aan de telefoon heb gehad- het voeren van ondoenlijke telefoongesprekken- probeer voor de lol eens door een Oegandese telefoonverbinding:
-een reservering te maken bij een hotel
-een ticket te wijzigen, met je naam te spellen
-te vragen of een verloren koffer reeds gevonden is
-te ontdekken wie jou nu weer belt
-te vragen of een hotel iets te eten kan komen brengen
-…
De film speelt zich af in zwart-wit, het voelt alsof het toestel van Turkisch Airlines geen vliegtuig was, maar in werkelijkheid een tijdmachine die mij 200(00) jaar terug heeft gezet. Nu maar hopen dat toestel morgen weer zo een machine is die mij dit keer ‘back to the future’ neemt…
De film eindigt met de credits. Het is eigenlijk een te lange lijst om op te noemen. Special thanks gaan uit naar mijn lieve meisje, voor het opzoeken en mental support. Eveneens Loeki en Michel die mij de kans hebben gegeven om aan hen te laten zien wat ik van het land ben gaan weten. Een ieder die mij geholpen heeft hier te komen, op welke wijze dan ook- I really appreciate it!!! Verder alle mensen die mijn blog hebben gelezen- zo bedankt, dat voelt echt goed als je zo ver verwijderd bent van (soms echt) alles.
Dan is de film over, en realiseer ik me dat ik net ruim 90 minuten met mijn ogen gesloten in de rij van de Albert Hein (Rust zacht) de boel op heb gehouden…
foto's leeuwen en zo
Ben een tijd blog-absent geweest. Was gewoon zo. Zal ook zo blijven nog even. Heb toffe dingen meegemaakt, maar mis even de energie om alles te beschrijven- dus ik laat het even- wellicht komt het nog. Daar komt bij dat ik toch al snel naar huis kom, 2 weken eerder dan gepland van te voren. Dit omdat er op mijn werk nauwelijks werk voor mij zal zijn deze laatste weken. Omdat de verkiezingen er aan komen, is er geen geld beschikbaar voor nieuwe projecten op het werk. Wij werken rechtreeks onder het ministerie van justitie namelijk. Daarnaast zijn er hier steeds meer terroristische dreigingen. Deze combinatie maakt het dat ik kies om naar huis te gaan. Als ik had kunnen werken, was ik zeker gebleven en zou ik de laatste zijn om me weg te laten jagen, maar zonder werk ga ik enkel te veel geld uitgeven en plekken bezoeken waar ik de afgelopen maanden al geweest ben. Ik heb echt veel gezien inmiddels.
Een afsluitend blog met overpeinzingen en co zal uiteraard nog volgen.
Foto’s zijn wel heel tof en de moeite waard.


X
Genocide Rwanda
Gisteren met de nachtbus teruggekeerd naar Oeganda. Om alhier nog enigszins een soort van decent kerstfeest te kunnen vieren. Maar goed, Rwanda dus. Wat een ongelooflijk interessante trip was dit. Het is heel lastig om aan te geven of het echt ‘leuk’ was- dat is wat cru te stellen als je al die diverse plaatsen waar al die gruwelijkheden zich hebben voltrokken, hebt bezocht. Maar zeer indrukwekkend was het zonder meer. Rwanda is het land ‘des mille collines’ (duizend heuvelen).
Maar, zoals eerder gezegd, het doel van de trip was dus het bezoeken van de genocide memorials die herinneren aan de gruwelijke gebeurtenissen van 1994.

Dit wilde ik bezoeken. Ik weet namelijk nog dat dit zich voltrok. Nu 24 jaar, destijds dus 8, maar de happeningen destijds op het journaal zijn me altijd bijgebleven. Ik denk dat dit voornamelijk komt door de, voor kinderen in het oor springende naam, Hutu’s en Tutsi’s. Nog even in het kort, wat gebeurde er ook al weer? Ver vroeger waren er twee etnische groepen in Rwanda, maar leefde dit niet zo sterk onder de bevolking. Om orde te houden maakten de Belgen van een etnisch verschil een raciaal verschil- gebaseerd op uiterlijk. Toen de Belgen nog de baas waren in Rwanda, gaven zij de in de minderheid zijnde Tutsi’s, dit in ruil voor gehoorzaamheid ,privileges op diverse gebieden boven de Hutu’s. Uiteraard gaf dit wrijving tussen de groepen Bij de onafhankelijkheid in ’62 was er regelmatig bloedvergiet met Tutsi slachtoffer. Op hun beurt pleegden de Tutsi’s, verenigd in het RPF, vanuit de buurlanden Congo en Oeganda guerrilla tegenaanvallen uit. Toen in 1994 het regeringsvliegtuig succesvol gebombardeerd werd en de Rwandese en Burundese presidenten daarbij om het leven kwamen- was het teken daar “ to cut the high trees and kill all the cockroaches...”

Wat volgde was 100 dagen (overigens niet met opzet gekozen) lang chaos. Internationale hulp bleef uit, VN troepen werden uit angst uit Rwanda geëvacueerd. Meer dan 1.000.000 vermoorde Tutsi’s en een land dat volledig op zijn gat lag.
Ter nagedachtenis is in Kigali een groot memorial gebouwd, wat zich openstelt als uitgebreid informatiecentrum.
De machetes waar de ledematen mee afgehakt werden.
De knuppels waar schedels mee ingeslagen werden.
De kleren van kinderen welke ze ten laatste hadden gedragen.
Foto’s van uitgemoorde families, voor en na.
Foto’s van kinderen variërend van 9 maanden tot 11 jaar, met vermelding van hun favorieten- gegeven.

“Fernan, 8 years.
Favorite food: Chips and milk
Activity: playing with his brothers
Behavior: a real momma’s boy
Cause of death: Cut by machete and left for starvation
Christine, 11 months.
Favorite animal: Cat
Loved her daddy sing for her
Behavior: Cried a lot
Cause of death: smashed against the wall
En zo meer van dat. Niet overdreven meelijwekkend of anderszins verkeerd geënt. Maar wel verschrikkelijk (en) indrukwekkend om het zo te zien. De volgende dag heb ik nog twee andere memorials bezocht. Dit waren kerken waar vele Tutsi’s een veilig onderkomen hoopten te vinden, maar zoals later gruwelijk zou blijken, was dit niet het geval. Zeer luguber is dat ze deze plekken in de status hebben gelaten zoals het destijds was aangetroffen (a la de Tol Sueng, ook wel S21 genoemd, van de Khmer Rouge van Pol pot in Cambodja). Een middelgrote kerk. Ruim 10.000 angstige Tutsi’s opeengestapeld. Vergrendelde deuren. Terwijl ik daar sta te kijken naar de plek, denk je je in hoe de mensen zich gevoeld moeten hebben. Dan breken de Hutu’s de deuren in, je ziet de open geforceerde originele deur aldaar. Binnen tref je vervolgens evil aan.
De vloer bezaaid met kleren van de slachtoffers.
Soms botten nog verankerd tussen de vodden van kleren.
Kogelgaten in het dak.
Bloedspetters op alles dat spetters kan bevatten.
Tot aan het plafond- van het gezwaai met de machetes.
Het kleedje waar de priester voor preekte. Doordrenkt met bloed van talloze slachtoffers.
De plek in de hoek van de kerk...
Dit is het plekje waar zondagsschool was voor de kinderen.
Een grote zwart uitgeslagen plek in het hoekje.
Want de plek waar ze de kinderen onder de 5 jaar tegen de muur doodsloegen.
Dan een trap naar beneden. Beneden gekomen word je aangestaard door talloze schedels van afgeslachte Tutsi’s.
De rillingen over je hele lichaam. De verachting.
Weg wil je lopen, maar je blijft kijken. Je blijft er staan kijken. Dan zie je dat aan de schedels de wijze van overleden kunt vaststellen. Kogels maken kleine nette gaten in het schedelbot. Knuppels maken grotere, ongecontroleerde gaten. Machetes maken scheuren in de schedels. Sommige schedels bevatten meerdere soorten verwondingen, of zelfs alle drie.
Ook heb ik nog een bezoek gebracht aan hotel Rwanda. In het echt ‘Hotel de mille collines’ genaamd. Dit is het hotel waar de film ook daadwerkelijk is opgenomen. Destijds een spookplaats waar Tutsi’s een veilige haven zochten, heden ten dage weer het floriserende hotel dat het ooit was. Mensen zitten aan de bar veel te duur betaald bier weg te drinken alsof er nooit iets gebeurd is. Kamers waar mensen in angstzweet hebben gezeten, worden weer voor goed geld verhuurd…
Zeer aangedaan verlaat je dan vervolgens de plekken, maar voor mij breken dan de heftigste momenten aan eigenlijk.
Ik neem je mee. Je komt zo een kerk uit. Dan wacht je op een bus naar town. De bus komt en je stapt in. Daar zie je de conductor lachen en mee rappen op de radio. Andere mensen stappen verder op in de bus. De muziek, waar je anders zeer van houdt, gaat langs je heen. De bus raakt vol en de plek naast je raakt bezet. Dan ga je je afvragen. 16 jaar geleden slechts. Wat heeft deze man naast me ervan meegemaakt? Was hij Hutu of Tutsi? Prooi of jager? Dan zie je de vrolijk lachende mensen om je heen, harde muziek. De kans is zeer groot dat je in de bus zit met meerdere mensen die in staat zijn geweest zomaar te doden, martelen en verkrachten. Als beesten. Anderen zijn opgejaagd door hen. Familieleden afgeslacht. Misschien is de familie van de bestuurder wel verminkt door mijn buurman. Of andersom. En dit idee laat je niet meer los.
Hoe is het mogelijk geweest dat mensen naast elkaar leefden voor zo een tijd en ineens hun speelkameraden, collega’s of andere naasten de dingen aandoen die ze destijds hebben aangedaan? Hoe kan dit? Hoe kan een land in zo een staat raken dat mensen 100 dagen lang niet nadenken en blind gaan moorden? Maar hoe kan het ook dat mensen na 100 dagen hiermee ophouden en weer verder gaan met leven als voorheen? Dat mensen propageren nu (weer) één Rwandees te zijn. Is dit mogelijk, vraag je je dan af. Ik denk van niet eigenlijk. Ik vind het een heel eng idee dat deze mensen zomaar in staat zijn gebleken om de duivel de hand te schudden en vervolgens weer in de droom van Mandela zijn geloven. Ik geloof dat het weer zou kunnen gebeuren in een oogwenk. Niet enkel in Rwanda. In een hoop van de Oost-Afrikaanse landen. Mensen hechten intrinsiek te weinig aan een mensenleven om dit soort gebeurtenissen volledig uit te kunnen sluiten. Een mensenleven is weinig waard hier. Het sterftecijfer onder kinderen wordt hier in de geest van de mensen gecompenseerd door het geboortecijfer. Zowel in de Bijbel als in de Koran staat dat “hij die één mensenleven redt, redt de hele wereld.” En als dit waar is (wat ik geloof), is het omgekeerde dan ook van toepassing?Wie zomaar één mensenleven neemt, vernietigt de hele wereld…
Kerst in Rwanda en aangifte
Even een updatetje van de momentjes en de plannetjes. Twee dingen die het vernoemen waard zijn.
Ik ga morgen voor een tijdje naar Rwanda. Mijn werk houdt kerstvakantie tot 3 januari, en aangezien ik geen zin heb helemaal niets zinnigs te kunnen doen in de tussentijd, heb ik besloten om af te reizen naar Rwanda, om hier de diverse Genocide Memorials te gaan bezoeken. Altijd grote interesse gehad in de gebeurtenissen destijds aldaar. Ook enkele vakken over misdaden tegen de mensheid en genocide bepalingen gehad tijdens mijn studie- dus zie dit als een soort van self-organized studiereis. Sowieso moest ik het land uit om een borderrun te doen aangezien mijn visum verloopt, dus dit zijn twee vliegen in één klap. Het zal naar alle waarschijnlijkheid wel een vrij lugubere kerst worden tussen de herinneringen aan al deze gruwelijkheden, maar wel een om nooit te vergeten…te midden van iets dat nooit vergeten mag worden.
Mijn twee punt is langer van stof, en alleen voor de diehards die Oegandese belachelijkheid wel kunnen waarderen.
Zo ben ik vandaag aangifte wezen doen. Of een poging daar toe. Gisteren ben ik het politiebureau in Kampala al onverrichte zaken weer uitgelopen na het aanzien van de wachtrij en werkwijze om deze wachtrij weg te werken… Dacht bij mezelf ‘dat doe ik morgen in Mukono wel (even)’. Ja leuk, hoor. Dus ik vandaag naar het politiebureau gewandeld. Lekker weertje, dus lekker lopen. Mijn wandeling was alle boda boda’s ten spijt uiteraard, maar “Tambula, sebbo”- (=nee, ik loop, meneer). Aangekomen bij het politiebureau kon de lol beginnen natuurlijk. And it did. Kom binnen in een zeer donker hutje zonder licht. Ligt daar iemand in Uganda Police uniform op een bureau een professioneel uiltje te knappen. Ik maak hem wakker en vraag en of ik aangifte kan doen van gestolen goederen. Nee. En gaat weer verder met eerder genoemde bezigheid. Maar natuurlijk. Ik vraag hem waar het dan wel kan. Verderop, wordt mij verteld. Waar precies, meneer? Het “moderne gebouw hiernaast”, legt hij uit. Ok, dus ik de deur uit (spreekwoordelijke deur- meeste gebouwen hier hebben geen deur) en loop een stukje van 10 meter naar links. En daar zie ik het ‘moderne gebouw’, het is in ieder geval van bakstenen. Maar er mist een muur, ramen, vloer en belichting. En overal staan opgestapelde dossiers paperassen met touwtjes erom heen. Stapels die het plafond kietelen. Er zijn drie mensen in de ruimte. Een vrouwelijke politieofficier achter een bureau noteert gegevens welke haar verteld worden door een man. Een andere man in doodnormale kleren komt op mij af en vraagt wat hij voor mij kan doen. Ik vertel dat het ervan afhangt of hij van de politie is. Lichtelijk beledigt door mijn vraag (het zal niet de eerste keer zijn dat een afrikaan zich tegenover mij wil voordoen als iets dat hij verre van is), vertelt hij dat bij de unit hoort, ja, en dat ik kan gaan zitten. Ik vertel hem dat ik liever blijf staan. Even later zegt de dame achter het bureau dat ik kan gaan zitten want ze wordt zenuwachtig als ik blijf staan. Ik vertel haar lachend dat ik dan liever blijf staan zodat ze niet vergeten dat ik er ben en geholpen wil worden. Na ruim 40 minuten helpen de dame en officier in burgerkleren mij. Nou ja helpen…Ik leg uit dat spullen gestolen zijn. zij schrijft op “spullen gestolen”. Kijkt naar mij. Schrijft de datum van gisteren ernaast. “Dank u wel, meneer”, zegt ze mij. Ik kijk haar met grote ogen aan. Ik vraag haar of zij serieus is. Ze snapt me niet. Ik zeg haar dat ik wil dat ze mijn naam noteert. “Naam”, schrijft ze op. Dan leg ik mijn paspoort op tafel. Opdat ze mijn naam hieruit kan overnemen. In plaats hiervan gaan de twee politie’s in mijn paspoort bladeren. De man vraagt of ik getrouwd ben. Ik vertel hem dat ik een mukazi thuis heb ja. Hij bladert verder, zij pulkt haar neus. En schiet. Hij zegt dat ik niet getrouwd kan zijn, want in mijn paspoort staat ‘single’. Dat dit op mijn Surinaams visum is bij het kopje ‘entry:single’ is, maakt natuurlijk geen donder uit. De dame is inmiddels klaar met haar neus en kijkt weer naar mij. Ik gebied haar de naam op te schrijven. Zij doet dat. Ik vertel haar dat ik wil dat ze opschrijft wat ik kwijt ben. Ok. Na de uitleg zegt de mannelijke officier tegen mij dat hij voor 20.000 shilling wel direct op zoek wil gaan naar mijn telefoon. En dat hij een goede detective is. Ik vertel hem dat ik denk dat hij ongetwijfeld een van Oegandese beste detectives is, maar dat ik de kans op het terugvinden van mijn telefoon wel klein acht, aangezien de batterij leeg was, geen airtime had en mijn Phone wel drie beveiligingscodes heeft en in het Nederlands bestuurd wordt. Kleine kans dat iemand deze kan gebruiken en zo achterhaald kan worden. Ik word weer bedankt voor het komen. En fijne kerst. Wat? Ik leg hen uit dat ik een report wil om aan de verzekering te geven. Dit blijkt verdomde lastig. Op een gecomputeriseerd formulier rekende ik al helemaal niet aangezien er geen stroom is op het politie bureau. Maar een geschreven vodje zou toch moeten kunnen. Ik mag door naar een minikamertje erachter waar John zit. Een bureau, twee stoelen, wel in elke hoek stapels bijeen gebonden documenten volledig geflankeerd onder het Afrikaanse rode stof en her en der een bijtgaatje. Verder is het kamertje zo klein dat elke keer dat John erlangs moet, ik moet opstaan en mijn stoel buiten het kamertje moet zetten. (dit gebeurt in een kleine 25 minuten zeker 8 keer- druk baasje die John.) Hier kan ik nog eens het hele verhaal vertellen. Hij noteert, of poogt hiertoe. ‘Robbelbank card’ en andere, voor mij onleesbare tekens op een blanco smerig velletje. Vervolgens duikt hij in mijn paspoort, bladert en blaast erop. Ik mag wachten, “Let me come” en weg is John. Mijn paspoort nog wel op tafel. Ik vind dat ik lang moet wachten na ruim 20 minuten daar in mijn eentje tegen de stapels paperassen te hebben opgekeken. Ik ga terug naar de main room van het moderne gebouw. Daar ga ik zitten (gewoon even om uit dat hokje te zijn) en leg ik het velletje dat John heeft opgesteld samen met mijn paspoort op tafel. Een andere officier pakt mijn paspoort en begint erin te lezen alsof dit het lang verwachte Oegandese boekenweekgeschenk is. Ik vraag hem wat hij doet. Checking your passport, zegt hij mij. Ik vraag hem, waarom doe je dat, ik heb niets met jou van doen. Ik ben agent, en ik mag iedereen zijn ID vragen en dan moet je het geven. Ik zeg dat ik dat snap, maar dat ik niet snap waarom al die agenten zo ontzettend op mijn paspoort azen. Dan pakt een andere agent het uit zijn handen, geeft het aan mij en zegt dat ik het maar in mijn zak moet steken omdat iedereen het wil ‘lezen.’ Rare jongens. John komt na een klein uurtje terug. Wie het report op moet maken is er niet. Wel kan ik alvast betalen voor het report. WAT? Betalen voor het report, jullie zijn raar- zeg ik. Natuurlijk moet ik betalen, zegt John, want dit is een officieel document dat ik mee het land uit neem en dat betrekking heeft op officiële dingen van buiten Oeganda (doelend op mijn Robbelbank pas). Ik zeg dat ik niets betaal. Zeker zolang ik geen report heb. Ik mag morgen terug komen voor het report. Ik legde uit dat ik volgende week weer terug ben, ook goed. Inmiddels hebben John en ik 2 kantjes volgeklad- ik vraag hem of ik deze zal meenemen en dan volgende week mee zal brengen. Ik voel er niet veel voor om deze twee velletjes verloren te laten gaan op een van de oneindige verduste stapels rotzooi en stof. Maar nee, deze twee vodjes, zijn officiële politiedocumenten en mogen niet het bureau verlaten. Dus loop ik weg ruim 2.5 uur later, zonder report, met de wetenschap dat 2.5 uur van mijn leven nu ergens op een de stapels ligt (en ik volgende keer dus eerst een uur kan wachten terwijl ze de twee kantjes proberen te zoeken en dan vervolgens weer 2.5 uur 2 nieuwe kladjes mag gaan opstellen…)
Fijne kerst allemaal
Floor en Safari
Een aparte blog vandaag. Het leek me een leuk idee om Floor een stukje te laten schrijven en ik zelf een stuk over de afgelopen weken. We hebben los van elkaa geschreven- er is dus dikke kans op herhaling, maar misschien leuk het van twee kanten te lezen.

FLOOR:
Weebale Mr. T
Na 24 uurreizen (via Cairo-Egypte en Addis Ababa-Ethiopië) en aangekomen te zijn op Entebbe zonder koffer, kon mijn avontuur beginnen!
Het guesthouse op de heuvel in Mukono is één van de fijnste plekken om vers vanuit Nederland te verblijven. De banda’s staan verspreid over de heuvel omringd door gras en bomen waar aapjes in zitten en af en toe vliegt een neushoornvogel over waardoor het klinkt of er een helikopter bijna neerstort.
Mijn eerste kennismaking met de bevolking was al lopend in Mukono waar ik begon te beseffen hoe speciaal ze het vinden om Mzungu’s (blanke mensen) te zien. Kindjes die je naroepen en overal mensen die je met open mond aanstaren en naar je zwaaien. Desalniettemin klonk Celine Dion keihard door de speakers in het dorp. Een bizarre gewaarwording dus...
Die dag meteen Kampala in om een Afrikaanse outfit voor me te scoren. Voor het eerst in een Matatu richting de hoofdstad. Deze busjes hebben 14 zitplaatsen, maar worden vaak volgestopt met meer dan 20 mensen. Iedereen zit bij elkaar op schoot en baby’s, dieren en zakken rijst passen er ook nog in. Kampala is indrukwekkend. Overal zitten mensen met kleedjes op de stoep om spullen en eten te verkopen en je moet oppassen dat je niet op gehandicapten bedelaars staat. Mazzel dat T blank is,
Voorbeeld: T spreekt een Boda aan om van de watervallen naar Jinja gebracht te worden: “Oli Otya Ssebo? (hoe gaat het meneer?)” Hij krijgt dezelfde vraag terug en antwoordt: “Bulungi (met mij gaat het goed)”. Dan kan het onderhandelen beginnen, dus T zegt bv: Jinja Cente Mekka? (hoe duur is het naar Jinja?). De boda zegt dan: Nukumi Nja (4000 shilling). T: “Salako Ssebo, Nukumi Biri” (dat is te duur meneer, 2000 shilling). Uiteindelijk wordt ermee ingestemd en kunnen we gaan, of wil de Boda er meer uit halen en lopen we door naar de volgende.
In de eerste week zijn we naar veel verschillende plaatsjes geweest. Zo hebben we een nacht in Chiquoi (een klein dorpje in the middle of nowhere) geslapen en zijn we vanaf daar richting Victoria lake gelopen, wat 4,5 uur ipv 45 minuten duurde..
Ook zijn we in Jinja naar de bron van de Nijl geweest (wat eigenlijk een soort dam in de rivier is) en hebben we een hele ochtend bij de Bujagali falls zitten genieten.
Daarbij zijn we zowel in Mukono als in Kampala uit geweest. De discotheken zijn moderner dan je denkt, hoewel de stroom in Mukono was uitgevallen waardoor ik Tyas meteen opzocht en hij boos werd omdat hij dacht dat ik een Oegandees was die van hem wilde stelen. In Kampala daarentegen is zijn portemonnee aan het einde van de avond echt gestolen. Eerst had hij nog door dat iemand aan zijn broekzak zat, maar een kwartier later in een bomvolle warme zweettent was de portemonnee toch echt weg.
Dat mocht de pret niet drukken, want na het weekend zijn we drie dagen op safari gegaan!
Dag 1: Naar een rhino sanctuary. Hier worden neushoorns opgevangen in een groot reservaat waar ze door rangers in de gaten gehouden worden. Hierdoor konden we erg dicht bij de beesten in de buurt komen. Aan het eind van de dag naar onze slaapplek. We sliepen in een schattige kleine banda waar de hele nacht een beest (vermoedelijk een rat) aan ons dakje van stro aan het knagen was.
Dag 2: Vroeg op voor een wandeling door het dorpje in de buurt waar we van de lokale bewoners uitleg over hun gebruiken en gewoonten kregen. Vervolgens na het ontbijt op weg voor een boottocht op de Nijl. Dromen kwamen uit! Het was heerlijk weer en na minder dan 10 minuten zagen we al nijlpaarden. Vervolgens zijn we bij deze groep dicht in de buurt gekomen en hebben we ook met maar twee meter afstand van een onrustige olifant en krokodillen gevaren. Heel gaaf!!! Vooral op de terugweg was het met een koud drankje in het middagzonnetje genieten van de natuur, de dieren en de rust op het dak van het bootje.
Dag 3: Heel vroeg op om ons klaar te maken voor de gamedrive. In ons busje met open dak door een enorme safarivlakte gereden. We zagen grote groepen waterbokken, bosbokken, buffels, wrattenzwijntjes, kobs (soort antilopen), bavianen en giraffen. Echt te gek!

Op de laatste dag van mijn verblijf, heeft T mij nog meegenomen naar zijn werk in het Law Development Centre in Kampala. Fijn om zijn collega’s te ontmoeten en te zien waar hij veel tijd doorbrengt. Vervolgens zijn we naar het Mulago hospital in Kampala geweest om bij Stephen (vriend van ons die we via mijn tante Annemarieke kennen) op bezoek te gaan. Hij werkt op de brandwonden afdeling van het ziekenhuis en heeft ons rondgeleid. Dit was een schokkende ervaring. In één grote ziekenhuiskamer staan 30 tot 40 bedjes met allemaal kinderen met de meest verschrikkelijke brandwonden erin. Hele hoofden, armen en beentjes in het verband en veel kindjes die huilen van de pijn of niet eens ouders naast hun bed hebben zitten. Echt verschrikkelijk. Na zo’n bezoek ga je toch echt beseffen hoe goed wij het in Nederland hebben.
De laatste middag zijn T en ik nog gezellig in het guesthouse in Mukono gaan eten met alle Nederlanders en heb ik afscheid van iedereen genomen.
Ik ben heel dankbaar voor deze geweldige ervaring en wil daarom alleen nog zeggen: Weebali Mr. T! See you in 1,5 month...
TYAS:
Ja ja lieve mensen, we zijn er weer. Hoop dat iedereen mijn grote blogabsentie goed is doorgekomen. Uiteraard had het een reden. Floor was er en ik wilde geen tijd verspillen aan de computer terwijl wij elkander zo lang hebben moeten missen. Het bezoek ging gepaard met pieken en dalen. Dikke vertragingen snoepte wat van onze tijd samen weg- onze toch al zo schaarse tijd. Daarnaast kwam de dame aan zonder haar koffer in Oeganda. En vooral voor vrouwen is dat natuurlijk ontzettend belangrijk. Maar goed, geen koffer- je doet er op dat moment niets aan. Nog even werden we dezelfde dag nog blij gemaakt met een dode mus toen we gebeld waren dat haar koffer er was. Omgekeerd weer richting Entebbe Airport, bleek het een verkeerde koffer te zijn. Tranen met tuiten voor even. Maar opnieuw, het is wat het is en we wilden er het beste van maken. Zo deden we ook. Ondertussen spendeerden we Oegandese fortuinen aan airtime aan de telefoon met de luchthaven en Egyptair. Elke dag nieuwe teleurstellingen deden af en toe wat traantjes veroorzaken bij het ophangen. Maar wel telkens voor korte duur. In Kampala wat kleertjes op een Oegandees koppie getikt. Zo vonden we een broek en wat shirtjes- no problemo. Wel raakte ik mijn telefoon diezelfde dag ook nog kwijt in de hoofdstad. Op dat moment sloten Floor en ik een convenant. Dat wat ons ook zou gebeuren, hoeveel pech ook, ons krijgen ze niet klein.





Toen kwamen we woensdag weer ‘thuis’, home is where the heart is. Donderdag zou ik Floor meenemen naar mijn werk en we zouden nog een brandwonden afdeling bekijken waar Kato, een vriend van ons, werkte. En dan vrijdag nog lekker helemaal niets- chillen en genieten de hele dag. Dan in de nacht naar het vliegveld voor haar vertrek. Echter de werkelijkheid was ietwat anders. Donderdagochtend werden we naast elkaar wakker, en naar later zou blijken, zou dit voorlopig de laatste keer zijn dat dit gebeurde. Want we hadden ons misrekend. Vliegtuig zou donderdagnacht al gaan. Dus zo werden we opnieuw van een dag ‘beroofd’. Ook hier gold, weer, het is niet anders. Dus die avond mijn dame naar het vliegveld gebracht in het midden van de nacht. Schat, ik heb het zo heerlijk gehad met je- had met niemand anders deze pech willen meemaken! Love you.
De volgende dag ben ik mijn verdriet gaan wegraften. Wild water raften. In Oeganda, in jinja, is zo een beetje de beste plek ter wereld om dit te doen. 5 ster rapids op de nijl, oeh la la. Het was echt super extreem heftig maar zo gaaf! De boot sloeg bij de eerste rapid al om. Maar veiligheid was goed geregeld. We hadden omslaan reeds geoefend en er waren drie kayakers en een safety boot mee, naast de twee zeer bedreven gidsen in onze boot. Wij waren met zijn zessen. Echt een wereldervaring. Ik kan het iedereen aanraden die hier ooit in de buurt is. Zo, lang verhaal- maar we zijn wel weer up to date. Ik hoop dat u het allemaal een beetje trekt met het noodweer in Nederland, ik heb met je te doen.
Ps: hier is een linkje naar een filmpje dat Jacky heeft gemaakt. We waren met alle vrijwilligers hier op weg naar de intocht van Sinterklaas in Entebbe. Ja, de beste man was ook de Nederlanders helemaal in Afrika niet vergeten. En het was de echte sinterklaas, dat kan allemaal natuurlijk vanwege het tijdsverschil kon hij weer op tijd in NL zijn. Het ene filmpje toont ons zingend door Kampala en mij als ‘conductor’. In de matatu’s ,busje, hier is er altijd een conductor, die de geldzaken regelt en de mensen in het busje roept. De conductor zit altijd op die plaats. En wij hadden een hele matatu afgehuurd. Dus wij hadden geen conductor mee, maar ik zat op die plaats en heb vele Oegandezen aan het lachen gemaakt door mij voor te doen als de conductor…
http://www.youtube.com/watch?v=jzi4ykRQ_yQ
Ps 2: Floor, het had nog veel erger gekund. De vriend van Gertrude zou toch komen deze ochtend? Zijn vlucht was gecancalled…

Ciao T
Mijn dame
Als het goed zou zijn, zou ik Floor vannacht om 3.30 ophalen van Entebbe. Maar door
het slechte weer, was er dikke vertraging. Hierdoor mist zij waarschijnlijk haar transfervlucht op Cairo. Balen. Dat zal dan weer een dag of wat vertraging gaan geven. En ze is hier al zo kort.
Ik hoop dat het allemaal goed gaat komen. Hoop met me mee?
T
Field work
Ola ola. Back in town. Was van het weekend met wat vrienden van mijn college (en nu mijn vrienden) naar Gulu gegaan. Gulu ligt in het noorden, richting Sudan. Een vriend van hen opende daar een bar- reden van ons tripje. Roadtrip met 4 jongens, 5 uur in de wagen.
Toen op maandag ging ik met mijn werk naar Iganga district. Zo een kleine 80 km tegen de grens met Kenia aan. Hier heeft het LDC (mijn werk) twee maanden geleden het diversion program ingevoerd. Dit is bedoeld om jeugdige first offenders buiten het strafrecht te houden, maar zo lokaal mogelijk deze conflicten proberen te beslechten. Hiervoor zijn politieagenten, local councils, fit persons en peer leaders getraind. Wat? Local councils zijn een soort van rechters in eerste instantie, maar heel lokaal en toegankelijk. Werken ook niet vanuit een rechtbank. Eigenlijk gewoon een soort stamhoofd met legaal gezag.



Verder wel veel successen gehad hoor, no worries. Ook kwamen we regelmatig bij dorpjes waar kinderen shows opvoerder voor ons- wij zijn best belangrijk daar in zo een dorp, mensen van het law development Centre uit Kampala.

Ook was het mooi dat ik voor mijn werk foto’s moest maken. Vaak houd ik er niet van om bekend te staan als de mzungu die overal direct zijn camera bij pakt. Maar nu moest het, onderdeel van het werk. Al de foto’s die ik hier plaats zijn ook werkfoto’s welke ik met toestemming mag posten.
glitterende politiek
Dinsdag was het offerfeest voor de moslims. Boeien, zou je normaal gesproken kunnen denken. Maar ik was uitgenodigd door een collega om bij zijn oom te komen lunchen. Want alhoewel het leeuwendeel hier (streng) christelijk in een van de vormen is, is er ook een aanzienlijk deel moslims in Oeganda. Zo ook een van mijn collega’s, Shiraj. Hij had mij uitgenodigd om bij zijn oom te komen lunchen. Ik ging maar al te graag op die uitnodiging in natuurlijk. Maar toch een beetje ongemakkelijk- want hoe te gedragen, wat te dragen, een gebed uit mijn hoofd leren? Uiteindelijk gekozen voor een linnen broek (wit) met overhemd uit de broek en geen stropdas. En op internet even gekeken naar iets van een cadeau dat gepast is mee te brengen. Moeilijk- zoetigheden en korans, maar dat is ook weer zoiets. Want iets van een taart- hoeveel mensen komen er eigenlijk? Je wilt niet met één taart aankomen als er 40 mensen zijn- dat is een belediging. Snap je- lastig. Uiteindelijk even in het dorp gekeken en daar heb ik een tissuehouder op de kop getikt. Kitscherig, altijd goed hier. Toen naar Kampala gegaan, Shiraj pikte me op daar. Uiteindelijk in één wagen met 9 mensen op weg naar zijn oom. Daar aangekomen, een tuin vol mensen, wel meer dan 50 zeker. Een rij waar je gelijk achteraan moest sluiten, onderweg in de rij was je je handen. Dan krijg je een bord en begint het opscheppen. Je loopt met je bord langs allerlei bakken, 12 of 13 in totaal. Wat een eten was hier! Ongelooflijk werkelijk. Dit feest is ook bedoeld om hen die het zich kunnen veroorloven een rund te slachten, een derde weg te geven aan de armen, een derde aan de buren en een derde zelf op te eten. Hoe hier de exacte verdeling was opgemaakt, weet ik niet helemaal, maar er war genoeg- genoeg voor iedereen die die tuin binnenstapte. Het maakte niet uit wie er binnen kwam. Ik was net zo welkom als iedereen. Mooi om te zien, mooie traditie. Ik voelde me helemaal op mijn gemak, de gastheer was blij verrast dat ik iets had meegebracht voor hem (was niet gebruikelijk). En het eten was lekker, en veel. Oeh la la. Na afloop had iedereen in onze crew, een mannetje of 11, pijn in zijn buik van het vele eten… De rest van de dag niets meer hoeven eten.
Ja, het is wel te begrijpen hoe de blanken er vroeger in geslaagd zijn zwarte medemensen op te kopen om hen vervolgens oneerbaar aan het werk te stellen. Ja als slaven. Het verhaal van de spiegeltjes en kraaltjes, enfin u kent het. Nu een aantal eeuwen verder zou je praktisch hetzelfde kunnen doen. (Sterker nog het gebeurt zelfs. Maar daarover later meer.) Hier op straat zie je figuren lopen met jasjes van een glimmend kaliber á la omgekeerd aluminiumfolie. Weliswaar met scheuren en alles, maar hey het glimt toch? Iedereen staat zijn wagen en zijn brommer te wassen tot de velgen blinken. Dat ze hun mobiles wassen in (wat wij zouden noemen) een smerige sloot, is dan maar zo. De brommer mag dan wel schoon zijn, maar de eigenaar dan…? Met name mannen dragen allerlei soorten klokjes in de vorm van horloges. Dat deze stuk voor stuk, zonder uitzondering, niet (meer) lopen maakt niemand hier een donder uit. Lekker makkelijk als je het niet zo nauw met de tijd neemt. Alles dat bij ons direct tot kitsch bestempeld zou worden, vindt men hier schitterend. Kleurige kledij, schreeuwende nagellak (soms ook bij mannen, hoe zit dat?) (mannen lakken hier trouwens de teennagels van vrouwen op straat) en duizend-en-één beaty-salons vullen de straten. Daarnaast loopt werkelijke elke Oegandsees (maar ik weet dat ik durf te zeggen elke Afrikaan) met minimaal twee mobiele telefoons. Ja, dat klopt, met twee mobiele telefoons. Dat elk van deze telefoons nooit voldoende beltegoed (Airtime) bevat om een gemist gesprek van mij terug te bellen, mag u niet verbazen. Maar het hebben van de meerdere telefoons heeft te maken met diverse telecom aanbieders. Elk van ze hanteert een lager tarief voor het ‘inbound’ bellen (binnen het eigen netwerk), maar aangezien iedereen wel iemand kent die op een ander netwerk zit, zijn er meerdere telefoons nodig. Telefoons waar 2 sim-kaarten in gaan zijn rete populair hier. Niet aan te slepen. Zo lopen ze hier allemaal met blackberries waar soms wel 4 simkaarten in gaan. Dat al deze toestellen Chinese namaak zijn, maakt dat de batterijen ongeveer een halve dag meegaan. Maar dat maakt niets uit, want overal op straat zijn ‘phone-charging’ winkeltjes. Probleem opgelost. Maar het kwaad is al opnieuw geschied. De Chinezen zijn gekomen in Afrika en timmeren aan de weg (letterlijk). De Afrikanen schijnen de Chinezen prettig te vinden omdat zij zich niet met politiek bemoeien- zoals de blanken wel altijd hebben proberen te doen. Maar niet de fijne Chinezen. Is ook geen noodzaak toe aangezien zij alle beschikbare grondstoffen wegtrekken, who needs politics anyway? Alle politiek hier is corrupt, dus de Chinezen hebben geen politiek nodig om contracten te verkrijgen, enkel een beetje geld in envelopjes. De Chinezen maken afspraken om olie en edelmetalen weg te halen bij Oeganda (“hoeven jullie dat zelf niet te doen”) en beloven in ruil daarvoor wegen en bruggen voor ze te bouwen. Oftewel, spiegeltjes en kraaltjes in de vorm van asfalt. What has changed? En Chinezen houden zich niet bezig met politiek? Ze hebben alles dat waardevol is in handen en ondertussen traint China het Oegandese leger. Maar er staat geen Chinees hoofd op de verkiezingsposters die je overal langs de kant van weg ziet. Want dat is politiek. Veel te hard geluid uit te slechte oude speakers, verkeersopstoppingen veroorzaken en rappende kandidaten(http://www.youtube.com/watch?v=S7ZZKPxsGDo)- nee dat is pas politiek hier. En daar weten de Chinezen niets van.